ECLI:NL:HR:2021:1176
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslagen en vermindert boetes in belastingzaak
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2007 tot en met 2009, inclusief boetebeschikkingen en heffingsrente.
Na hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd het beroep van belanghebbende en het incidentele beroep van de Inspecteur behandeld. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen beoordeeld maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het hofarrest, mede omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Wel constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure en besloot daarom de boetes te verminderen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, vernietigde het hofarrest slechts voor zover het de boetes betrof en stelde de boetes aanzienlijk lager vast. De naheffingsaanslagen en navorderingsaanslagen werden bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, naheffingsaanslagen bevestigd en boetes verminderd wegens termijnoverschrijding.