Uitspraak
L. Driessen,
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de inhoud van de klachten en de beoordeling daarvan is geconcludeerd dat het cassatieberoep geen kans van slagen heeft.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten geen proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 6 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.