Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het opzettelijk binnen het douanegebied brengen van onveraccijnsde sigaretten en rooktabak, alsmede het opzettelijk nalaten van aangifte daarvan. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld, dat onder meer een klacht betrof over het oogmerk van de verdachte en de bewijsvoering door het hof. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is op 16 februari 2021 gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.