Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
Op 7 mei 2013 bracht verdachte, als schipper van visserschip [A], samen met een medeverdachte onveraccijnsde sigaretten, rooktabak en alcoholhoudende dranken het douanegebied van de Gemeenschap binnen zonder hiervan aangifte te doen bij de inspecteur. Dit gebeurde ondanks een bestelling en factuur die de levering van deze goederen aan het schip bevestigden.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder sms-berichten tussen verdachte en medeverdachten, observaties van het lossen van dozen en jerrycans met vermoedelijke accijnsgoederen, verklaringen van betrokkenen en factuurgegevens. De verdachte ontkende dat de dozen sigaretten bevatten en stelde dat de jerrycans zout water bevatten, maar het hof achtte deze verklaring ongeloofwaardig.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet op de hoogte was van de bestellingen en dat de inhoud van de dozen niet kon worden vastgesteld. Het hof verwierp deze stellingen en concludeerde dat verdachte met het oogmerk handelde de invoerrechten te ontduiken. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van het binnenbrengen van onveraccijnsde sigaretten en rooktabak zonder aangifte te doen.