ECLI:NL:HR:2021:1239
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over terugwerkende kracht sectorindeling werknemersverzekeringen
Belanghebbende, een werkgever, was ingedeeld in sector 41 voor de Wet financiering sociale zekerheid (Wfsv) en verzocht om wijziging van de sectorindeling met terugwerkende kracht naar sector 10 vanaf 1 januari 2013. De Inspecteur wees dit verzoek af met toepassing van artikel 97, lid 2, Wfsv, dat sinds 29 juni 2018 wijziging met terugwerkende kracht uitsluit.
Het hof oordeelde dat deze terugwerkende kracht niet in strijd was met het eigendomsrecht uit artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM, mede gelet op de parlementaire geschiedenis en de belangen van de Belastingdienst. Het hof vond dat belanghebbende tijdig had kunnen verzoeken om wijziging.
De Hoge Raad oordeelt anders: hoewel belanghebbende een gerechtvaardigde verwachting had op terugbetaling van teveel betaalde premies, rechtvaardigt de terugwerkende kracht niet zonder meer de aantasting van dit eigendomsrecht. De reden dat veel werkgevers gebruik zouden maken van de oude regeling is geen specifieke en dwingende reden die de inbreuk rechtvaardigt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak voor hernieuwde beoordeling over terugwerkende kracht sectorindeling.