ECLI:NL:HR:2021:1245

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2021
Publicatiedatum
11 september 2021
Zaaknummer
20/02032
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432.2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn na betekening verstekarrest hof

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2009. Het hof had het verstekarrest op 25 juli 2013 in persoon aan de verdachte betekend, waardoor de termijn van 14 dagen voor het instellen van cassatieberoep begon te lopen op die datum.

De verdachte heeft het cassatieberoep echter pas op 26 juni 2020 ingesteld, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn. De advocaat-generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep niet in behandeling genomen en verklaard niet-ontvankelijk, omdat het beroep niet binnen de daarvoor geldende termijn was ingesteld. Hiermee wordt bevestigd dat de termijn strikt moet worden nageleefd bij betekening van verstekarresten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02032
Datum14 september 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2009, nummer 22-000452-08, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 september 2021.