Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
14 september 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2009. Het hof had het verstekarrest op 25 juli 2013 in persoon aan de verdachte betekend, waardoor de termijn van 14 dagen voor het instellen van cassatieberoep begon te lopen op die datum.
De verdachte heeft het cassatieberoep echter pas op 26 juni 2020 ingesteld, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn. De advocaat-generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep niet in behandeling genomen en verklaard niet-ontvankelijk, omdat het beroep niet binnen de daarvoor geldende termijn was ingesteld. Hiermee wordt bevestigd dat de termijn strikt moet worden nageleefd bij betekening van verstekarresten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.