Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
14 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal van 24 geiten uit een kunuku op Bonaire.
Het hof stelde vast dat de kunuku een omheind erf betrof dat werd gebruikt voor het weiden van geiten. Op basis hiervan kwalificeerde het hof het feit als poging tot diefstal van vee uit de weide, zoals bedoeld in artikel 324.1 van het Wetboek van Strafrecht BES. De verdachte voerde aan dat een kunuku geen weide is in de zin van dit artikel, maar dit verweer werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat bij de beoordeling of land een 'weide' is, de inrichting, bestemming en het gebruik van het land in aanmerking mogen worden genomen. Het hof heeft dit op juiste wijze toegepast en zijn oordeel is niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, maar ziet geen aanleiding om dit te verbinden aan een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde geldboete.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof oordeelt terecht dat sprake is van poging tot diefstal van vee uit de weide.