Uitspraak
wonende te [woonplaats],
Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 september 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verzoeker cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin het verzoek tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) na een aanvraag van faillissement werd afgewezen. De procedure betrof onder meer de ontvankelijkheid van het verzoek en de vraag of het ontbreken van een deugdelijk overzicht van schulden, zoals vereist op grond van artikel 285 van Pro de Faillissementswet, tot afwijzing leidt.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor het feitencomplex en het procesverloop. De klachten van de verzoeker over het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze kunnen niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad acht het niet nodig om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het verzoek tot toelating tot de WSNP werd derhalve afgewezen wegens het ontbreken van een deugdelijk overzicht van schulden. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof. Het arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door H.M. Wattendorff.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de WSNP wegens ontbreken van een deugdelijk schuldenoverzicht.