Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
28 september 2021.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 november 2018, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten onvoldoende zijn om het arrest te vernietigen.
Een belangrijk punt in het cassatieberoep betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad erkent dat de redelijke termijn is overschreden, mede doordat de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond.
Desondanks leidt deze termijnoverschrijding niet tot vernietiging van het arrest in deze zaak. De compensatie voor de overschrijding zal worden toegepast in de samenhangende strafzaak die eveneens in cassatie is bij de Hoge Raad. De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en bevestigt daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.