Conclusie
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte niet uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing heeft gegeven op het verweer dan wel uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte niet uit andere feiten enig wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. In de toelichting op het middel worden ook enkele andere deelklachten naar voren gebracht.
1. Het onderliggende vonnis.
2. De methode van berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel
3. De berekening
€ 56.953,-(€ 3.315,- + € 4.368,- + € 23.950,- + € 8000,- + € 16.344,- en € 976,-) aan bouwmaterialen is uitgegeven. Deze bedragen zijn contant door [medeverdachte] en [betrokkene] voldaan.
€ 207.236,63bedraagt. Dit is het bedrag dat niet kan worden verantwoord uit legale inkomstenbronnen.
€ 27.241,40aan voeding hebben uitgegeven. De rechtbank neemt deze berekening, mede nu daarop geen verweer is gevoerd, over.
€ 207.236,63met het hiervoor bedoelde bedrag van
€ 27.241,40worden verhoogd, waardoor de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel van [betrokkene] en [medeverdachte] gezamenlijk wordt geschat op
€ 234,478,03. Het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt voor [betrokkene] aldus berekend op (€ 234.478,03 : 2 =)
€ 117.239,-.
4. de eventuele matiging van het bedrag.
DE ONTNEMINGSVORDERING
VOORAFGAANDaan het plegen van dat misdrijf (…). Dat zou ook voor cliënten moeten gelden.
NJ2017/105 m.nt. Wolswijk als volgt overwogen: [3]
NJ2017/151, waarin Uw Raad heeft overwogen dat de (in de onderhavige zaak gehanteerde) berekeningswijze ‘die pleegt te worden aangeduid als eenvoudige kasopstelling (…) in ieder geval in aanmerking (komt) bij toepassing van het derde lid van art. 36e Sr. De rechter is in dat geval niet gehouden te concretiseren welke “andere strafbare feiten” op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen’.
tweedemiddel klaagt over schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie.