Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
21 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van de uitvoer van harddrugs naar het Verenigd Koninkrijk, het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, deelname aan een criminele organisatie en gewoontewitwassen. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legde een gevangenisstraf van negen jaren op.
De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de bewijsvoering en de afwijzing van getuigenverzoeken. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren.
Wel werd het vierde cassatiemiddel gegrond verklaard, waarin werd gesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Gezien de overschrijding van meer dan 28 maanden na het instellen van het cassatieberoep, besloot de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf te verminderen met zeven maanden tot acht jaren en vijf maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verwierp het cassatieberoep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 21 september 2021 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot acht jaren en vijf maanden wegens overschrijding redelijke termijn.