Het nummer [telefoonnummer 6] betrof een prepaid aansluiting van KPN Lebara.
CIOT gegevens, bijlage 3.
Gezien bovenstaande bevindingen is het zeer aannemelijk dat [verdachte] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 6].
Blackberry's in gebruik bij [verdachte]:
Uit het onderzoek is verder gebleken dat [verdachte] vermoedelijk voor zijn criminele activiteiten naast sms-telefoons ook gebruik maakte van blackberry's. Bij een observatie op 10 januari 2014 werd gezien dat [verdachte] gebruik maakte van een blackberry en men hoorde dat hij zei dat hij ging "pingen".
Opmerking verbalisant: pingen is een term die gebruikt wordt door blackberry-gebruikers voor het verzenden van gratis berichten.
Processen-verbaal observatie, bijlage 7.
Op 13 januari 2014 vond er wederom een observatie plaats op [verdachte]. Bij deze observatie werd tevens gebruik gemaakt van een zogenaamde IMSl-catcher. Door de inzet van deze IMSl-catcher bleek dat [verdachte] toen vermoedelijk in het bezit was van 6 gsm-toestellen.
Processen-verbaal inzet IMSl-catcher, bijlage 9.
3 van deze 6 gsm-toestellen hadden Imeinummers vermoedelijk behorende bij toestellen van het merk/type Blackberry Curve.
Opmerking verbalisant: Uit onderzoek is bekend dat het 1 laatste cijfer van het imeinummer een variabel nummer is en op verschillende momenten een ander getal kan zijn.
Proces-verbaal bevindingen imeinummers 30-531 306, bijlage 10.
[verdachte] (tijdelijke) gebruiker blackberry [005] (TT24) ([telefoonnummer 8])
Op 15 januari 2014 werd een bevel afgegeven voor het opnemen en afluisteren van gesprekken gevoerd met het nummer [005] tot 11 februari 2014. Gedurende deze periode werden er geen gesprekken opgenomen en bleek dat het toestel alleen werd gebruikt om te internetten. Het berichten verkeer kon niet worden gelezen.
Uit het proces-verbaal telefoongebruik [betrokkene 1] blijkt onder andere dat als [betrokkene 1] in Nederland is, hij de gebruiker is van deze Blackberry met het (meinummer [005].
Echter als [betrokkene 1] in Spanje is vermoedelijk [verdachte] de gebruiker van dit Imeinummer.
Gedurende het onderzoek bleek namelijk dat [betrokkene 1] meerdere malen naar Spanje is afgereisd. [betrokkene 1] verbleef onder andere in Spanje gedurende de volgende periodes:
04 mei 2013 t/m 14 mei 2013
12 juni 2013 t/m 14 juni 2013
16 juli 2013 t/m 31 juli 2013
04 september 2012 t/m 06 september 2013
13 oktober 2013 t/m 20 oktober 2013
18 november 2013 t/m 22 november 2013
16 december 2013 t/m 19 december 2013
07 januari 2014 t/m 23 januari 2014
06 februari 2014 t/m 13 februari 2014
01 maart 2014 t/m 07 maart 2014
12 maart 2014 t/m 20 maart 2014
17 april 2014 t/m 25 april 2014
03 mei 2014 t/m 13 mei 2014
25 juli 2014 t/m 5 september 2014
10 september 2014 t/m 17 september 2014
Het proces-verbaal van bevindingen verblijf [betrokkene 1] in Spanje, nr. 2611128HZ-3751 is als bijlage bij het algemeen dossier gevoegd.
Dat [verdachte] de tijdelijke gebruiker van het toestel met het IMEI nr. [005] blijkt uit:
De hierboven genoemde inzet van de IMSI-catcher op 13 januari 2014.
Tijdens de hierboven genoemde perioden (als [betrokkene 1] in Spanje is) is uit de historische printgegevens af te leiden dat het blackberry toestel met het imeinummer [005] andere mastlocaties aanstraalde. Veel van de dan aangestraalde mastlocaties lagen in de directe omgeving van de woning van [verdachte], woonachtig aan [b-straat 1] te [plaats]. Een van de meest aangestraalde mastlocatie in boven genoemde perioden is de Graspieper, een overzichtskaart is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
Overzichtskaarten masten, bijlage 6.
Daarnaast bleek uit onderzoeksgegevens dat [verdachte] met een ander telefoonnummer, bij hem in gebruik, een afspraak maakte met een NN-man op donderdag 16 januari 2014 omstreeks 13.30 uur. Deze afspraak met deze NN-man vond plaats bij het Van der Valk hotel te Breukelen. Uit de historische printgegevens is af te leiden dat het toestel met het Imeinummer [005] op 16 januari 2014 omstreeks 13.34 uur, een mast aanstraalde gelegen aan de Broekdijk Oost te Breukelen. Dit is overeenkomstig met de observatie die op dat tijdstip plaats vond op [verdachte].
Processen-verbaal observatie, bijlage 7.
Uit de historische printgegevens van dit imeinummer, over een periode 01 augustus 2013 tot en met 15 mei 2014 is verder nog af te leiden:
dat er data beschikbaar is vanaf 21 augustus 2013;
dat in het toestel het Amerikaanse telefoonnummer [telefoonnummer 8] is gebruikt;
Gezien bovenstaande bevindingen is het zeer aannemelijk dat [verdachte] de-tijdelijk-e gebruiker is van het toestel met het imeinummer [005].
[verdachte] gebruiker blackberry [006] (TT26) ([telefoonnummer 22])
Dat [verdachte] de gebruiker van het toestel met het imeinummer [006] blijkt uit:
De hierboven genoemde inzet van de IMSl-catcher op 13 januari 2014.
Op 15 januari 2014 werd een bevel afgegeven voor het opnemen en afluisteren van gesprekken gevoerd met het nummer [006] geldig tot 8 april 2014. Uit het onderzoek van telecommunicatie is gebleken dat [verdachte] met het toestel met het imeinummer [006] contact had met een beperkt aantal mobiele telefoonnummers (prepaid aansluitingen) en met de gebruikers van deze nummers uitsluitend sms verkeer onderhield. Via de sms-berichten werden onder meer afspraken gemaakt voor ontmoetingen. Bij het verzenden van deze berichten werd veelal gebruik gemaakt van de masten in de omgeving van de woning van [verdachte], gelegen aan het [b-straat 1] te [plaats], zoals de mast Huiskesweg te Eindhoven. Tevens werden de historische printgegevens van dit imeinummer opgevraagd over de periode 1 augustus 2013 tot en met 14 januari 2014. In het toestel werd het telefoonnummer [telefoonnummer 22] gebruikt en dit toestel/nummer is in gebruik geweest in de periode 13 januari 2014 tot en met 12 maart 2014.
Uit opgenomen gesprekken van het imeinummer [006] ([telefoonnummer 22]) bleek dat er middels sms-berichten een afspraak was gemaakt bij hotel [C] voor een ontmoeting op 16 januari 2014. Zie hiervoor bijgevoegde sms-berichten.
Op 16 januari 2014 omstreeks 13.08 uur werd bij een observatie op [verdachte] gezien dat het bij hem in gebruik zijnd voertuig, merk Audi AB, kenteken [kenteken 1], stond op het parkeerterrein nabij hotel/restaurant [C], [g-straat 1]. Tussen 13.20 en 13.30 uur werd gezien dat [verdachte] in het genoemde hotel/restaurant aan een tafel zat samen met een nn-man.
Processen-verbaal observatie, bijlage 7.
Het nummer [telefoonnummer 22] is een prepaid nummer uitgegeven door Vodafone CIOT gegevens, bijlage 3.
Gezien bovenstaande bevindingen is het zeer aannemelijk dat [verdachte] de gebruiker is van het toestel met het imeinummer [006] en telefoonnummer [telefoonnummer 22].
[verdachte] mogelijk gebruiker [007] (TT27) ([telefoonnummer 23])
Dat [verdachte] mogelijk de gebruiker van het toestel met het imeinummer [007] blijkt uit:
De hierboven genoemde inzet van de IMSl-catcher op 13 januari 2014.
Van dit derde Imeinummer [007], dat op 13 januari 2014 middels de IMSl-catcher was verkregen, werden de gesprekken opgenomen vanaf 15 januari 2014 tot 11 maart 2014. In deze periode werden er slechts twee sms-berichten verzonden en een sms-bericht ontvangen. In het toestel werd het telefoonnummer [telefoonnummer 23] gebruikt. Dit betreft een prepaid nummer van Vodafone.
CIOT gegevens, bijlage 3.
Uit de historische printgegevens van het imeinummer [007], bleek dat het toestel op 11 januari 2014 in gebruik was genomen en contact heeft gehad met een ander nummer. Tevens bleek dat het toestel veelvuldig een mast aan koos die was gelegen in de omgeving van de woning van [verdachte].
Het is gezien bovenstaande aannemelijk dat [verdachte] het toestel met het Imeinummer [007] in gebruik heeft gehad.
[verdachte] gebruiker blackberry [008] (TT51) ([telefoonnummer 24])
Uit de inzet van de IMSl-catcher in januari en maart 2014, bleek dat [verdachte] vermoedelijk in het bezit was van toestel met het imeinummer [008].
Processen-verbaal inzet IMSI-catcher, bijlage 9.
Vervolgens werden de historische printgegevens van dit imeinummer [008] opgevraagd. Uit de verkregen gegevens bleek dat dit imeinummer zeer vermoedelijk in gebruik is geweest bij [verdachte]. Uit de printgegevens bleek dat dit nummer op 20-01-2014 in gebruik is genomen en dat er alleen maar gebruik is gemaakt van het internet. Ook werden de gesprekken gevoerd via dit imeinummer opgenomen en uitgeluisterd in de periode 14 mei 2014 tot 10 juni 2014. In deze periode werd echter alleen maar gebruik gemaakt van het internet en was de verkregen data niet te lezen.
Dat [verdachte] de gebruiker van dit toestel is blijkt onder andere uit het feit dat:
- dit toestel bij gebruik veelvuldig de mast aan de Graspieper in Eindhoven aanstraalde. Dit was de meest voorkomende mast in de bevraagde periode. Deze mast is bekend binnen het onderzoek Gutenberg als een "thuismast" van [verdachte];
- op 28 januari 2014 vond er een observatie plaats op [verdachte], de bevindingen van deze observatie zijn vergeleken met de historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 24], dat op die dag in het toestel met het imeinummer [008] werd gebruikt. Hieruit bleek dat deze telefoon kennelijk "mee reist", zie onderstaand overzicht.
Lijn/middel
Tijdstip
locatie
31681515914
8:34:46
Graspieper 7, Eindhoven
observatie
9.21
Opel Vivaro staat bij de woning
[b-straat 1], [plaats]
observatie
10.55
lichten Opel Vivaro worden ontstoken
[b-straat 1], [plaats]
31681515914
10:57:13
Industrieweg 26, Eindhoven
observatie
10.57
[verdachte] rijdt in de Vivaro
Sliffertsestraat, Eindhoven
31681515914
11:39:17
Reinesteinseweg 8, Nieuwegein
observatie
12.30-13.40
[verdachte] parkeert de vivaro
Doctor CJK van Aalstweg, Hoorn
observatie
14.4
Opel Vivaro rijdt over de A2 thv km paal 73,5
A2, Vianen
31681515914
14:52:48
Slimweistraat 2, Waardenburg
observatie
15.27
Vivaro staat bij de woning
[b-straat 1], [plaats]
31681515914
17:59:14
Steijgerweg 3, Eindhoven
observatie
18.09
[verdachte] rijdt in de vivaro
Pyrmontstraat, Eindhoven
observatie
18.21
vivaro staat op een oprit bij een woning
[c-straat], [plaats]
31681515914
18:22:43
Meiveld 12, Veldhoven
31681515914
18:26:48
Dorpstraat 18, Veldhoven
31681515914
18:27:45
Meiveld 12, Veldhoven
observatie
18:33
vivaro rijdt weg bij een woning
[c-straat], [plaats]
31681515914
18:34:29
De Schaatsenmaker 8, Veldhoven
observatie
18.43
[verdachte] parkeert de vivaro
Kastelenplein, Eindhoven
31681515914
19:20:22
Herman Gorterlaan 1, Eindhoven
31681515914
19:24:56
Genneperweg, Eindhoven
observatie
19.35
[verdachte] parkeert de vivaro
Industrieweg, Eindhoven
31681515914
21:26:02
Meerenakkerweg 7, Eindhoven
31681515914
23:26:02
Meerenakkerweg 7, Eindhoven
31681515914
23:59:19
Prof Dr Dorgelolaan 50, Eindhoven
Processen-verbaal observatie, bijlage 7.
Ook op andere dagen vertoonde het imeinummer [008] een zelfde beeld waaruit blijkt dat [verdachte] hoogst waarschijnlijk de gebruiker is van dit nummer. Het imeinummer is alleen gebruikt voor internetverkeer via Blackberry.net, Freelntemet en Internet.
Het nummer [telefoonnummer 24] werd veelvuldig gebruikt in het toestel. Dit telefoonnummer [telefoonnummer 24], stond op haam van [D] BV, gevestigd [h-straat 1] te Arnhem.
Bestuurder van [D] BV is [E] BV, waarvan de directeur [betrokkene 10], geboren op [geboortedatum]-1979 te [geboorteplaats] is. Genoemde [betrokkene 10] werd op 12 maart 2014 bij een observatie op [betrokkene 1] gezien. Zij zijn toen samen naar Spanje gereisd. Van [betrokkene 10] is bekend dat hij zich bezig houdt/heeft gehouden met het faciliteren van criminelen door middel van het leveren van gecrypte communicatie middelen en het sweepen van auto’s en woningen. In het toestel met het imeinummer [008], werd nog een tweede telefoonnummer ten name van [D] BV gebruikt. Daarnaast zijn er nog 5 andere Nederlandse simkaarten gebruikt in dit toestel, deze zijn telkens enkele keren gebruikt op verschillende dagen. Deze nummers hebben allen n.a.w. gegevens, die nog niet bekend waren binnen het onderzoek.
CIOT gegevens, bijlage 3.
[verdachte] gebruiker/bezitter blackberry [009] ([telefoonnummer 25])
Bij de aanhouding van [verdachte] bleek dat hij in het bezit was van twee telefoons, waaronder een blackberry bold met het imeinummer [009].
Proces-verbaal van bevindingen nr 2611128HZ - 3417, bijlage 11.
Uit de verkregen historische gegevens van dit imeinummer over de periode 1 januari.2014 tot en met 23 september 2014 bleek dat er alleen data was op 8 augustus 2014. Er werd toen alleen gebruik gemaakt van het internet. In dit toestel werd toen het nummer [telefoonnummer 25] gebruikt.
Het nummer [telefoonnummer 25] betreft een telefoonnummer op naam van [D] B.V. voornoemd.
CIOT gegevens, bijlage 3.”
15. Onder het kopje ‘FEIT 4 DEELNAME AAN CRIMINELE (DRUGS)ORGANISATIE’ bevat de aanvulling op de bestreden uitspraak een groot aantal bewijsmiddelen, die zijn gerubriceerd onder diverse subkopjes. De steller van het middel is het in het bijzonder te doen om de werkwijze die het hof heeft gehanteerd in paragraaf 4.4 van de aanvulling. Deze paragraaf houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“4.4 OVC-gesprekken antiekzaak [A] en sms-verkeer op 26 februari 2014.
een relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2]d.d. 11 augustus 2014 (bron 1.1 p. 40-63).
Opmerking hof vooraf:
In dit proces-verbaal worden OVC-gesprekken in samenvattende vorm weergegeven en geïnterpreteerd. Het hof heeft de samenvattende inhoud van de hierna door de verbalisant opgesomde OVC-gesprekken gecontroleerd aan de hand van de tevens bij dit proces-verbaal bijgevoegde onderliggende stukken (volledige weergaven) van die gesprekken en heeft hierin geen noemenswaardige verschillen geconstateerd. Het hof volstaat dan ook met de samenvattende weergave en interpretatie van de gesprekken met daarbij telkens de vermelding van de vindplaats van het onderliggende gesprek.
Op 10 september 2013 bevindt [betrokkene 1] zich in de antiekzaak en is in gesprek met een NN man. De man vraagt hoe het met [verdachte] is. [betrokkene 1] zegt dat het goed is en dat het goed is met die kleine. (opmerking verbalisant: op […] 2013 is [verdachte] vader geworden van een zoon) (bron 1.1. p. 133)
Op 14 september 2013 bevindt [betrokkene 7] zich in de antiekzaak en is in gesprek met NN mannen. Een van de mannen vraagt hoe het eigenlijk met [verdachte] gaat. [betrokkene 7] zegt dat hij vorige week zondag bij [verdachte] naar de kleine is gaan kijken. [betrokkene 7] zegt dat ze een cadeautje zijn gaan brengen en bijgepraat hebben en [verdachte] helemaal happy was. (bron 1.1, p. 135)
Op 26 september 2013 voert [verdachte] in de antiekzaak een gesprek met [betrokkene 7]. [verdachte] en [betrokkene 7] gaan zachtjes praten en [verdachte] vraagt of [betrokkene 7] nog dinges voor hem heeft. [betrokkene 7] zegt dat net gehaald te hebben en [betrokkene 7] zegt dat hij een tasje pakt. (bron 1.1, p. 137-138)
Op 11 oktober 2013 om 10:31 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen, gevolgd door [betrokkene 1] (bron 1.1, p. 139). Uit de OVC in de antiekzaak blijkt dat [betrokkene 1] en [verdachte] de hele dag samen op pad zijn, afspraken aflopen en de antiekzaak in en uitlopen. [verdachte] weet een “zij stapelaartje” te staan en gaat daar samen met [betrokkene 1] naar kijken. [betrokkene 1] zegt dat er nog iets is dat ze moeten doen, waarop [verdachte] zegt: Niet teveel op een dag hoor (bron 1.1, p. 140). Voorts informeert [verdachte] naar een straat, waarop [betrokkene 1] zegt dat hij denkt dat dit in Amsterdam is. [betrokkene 1] zegt dat [verdachte] moet zeggen dat hij hier in de buurt zit, want [betrokkene 1] denkt dat hun toch naar Antwerpen moeten. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat hij hen later op de dag kan zien in Breda of zo. [verdachte] zegt niet te weten wat te moeten sturen want hij weet niet hoe of wat. [betrokkene 1] stelt voor aan [verdachte] om te gaan rijden. Wat is het plan vraagt [verdachte]. [betrokkene 1] stelt voor om even langs [betrokkene 11] te rijden (bron 1.1, p. 143) en ze nemen eerst nog even samen een ontbijtje. [verdachte] zegt dat hij 34 en een halve meier heeft gegeven aan die oplichter. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat hij ook nog geld van hem ([betrokkene 1]) krijgt. [verdachte] zegt dat “hij” nog een heftruck had staan voor drie rooien maar [verdachte] weet niet hoe het zit (bron 1.1, p. 144). Omstreeks 12.09 uur blijkt dat [betrokkene 1] en [verdachte] samen weg zijn (bron 1.1, p. 145). Omstreeks 15.05 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] weer terug in de antiekzaak met enkele anderen. Op enig moment zegt [betrokkene 1] tegen [verdachte]: “Ja een paar miljoen. Om half vijf heb ik effe met hem afgesproken”, (bron 1.1, p. 147).
Omstreeks 15.12 uur vraagt [verdachte] aan [betrokkene 1] hoe laat hij met “kanaal” (fonetisch) heeft afgesproken. [betrokkene 1] zegt: “twintig minuten”. [verdachte] vraagt: “Zal ik hem sturen”. [betrokkene 1] antwoordt: “Nee hij is er nog niet, anders had die al lang gestuurd die zenuwlijer”. Omstreeks 15.15 uur zegt [betrokkene 1] tegen [verdachte]: “Kom... naar de King”. [verdachte] zegt lachend: “Naar de grootste”, waarna ze samen vertrekken, (bron 1.1, p. 150)
Omstreeks 16.03 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] weer terug in de antiekzaak (bron 1.1, p. 151) en vanaf omstreeks 16.13 uur gaat het gesprek over xtc pillen. [betrokkene 1] noemt ze “housenootjes”. Uit het gesprek blijkt dat [betrokkene 1] kennelijk diverse pillen heeft liggen in verschillende kleuren en samenstelling en ze mee wil geven aan een van de bezoekers om te proberen. [verdachte] zegt op enig moment: “Die heb ik er nog niet bij zitten” en ‘Die moet ik ook nog ophalen ja”. [betrokkene 1] laat kennelijk pillen zien en zegt: “Dit is een lichtere, deze is iets zwaarder en deze is nog iets zwaarder.” (bron 1.1, p. 152-154).
Vanaf 16.20 uur volgt een gesprek over gebruik van ketamine en cocaïne, [betrokkene 1] vertelt over een keer dat [verdachte] dacht dat hij coke gebruikte, maar hij had kennelijk ketamine gebruikt. Gesprek verder over dure horloges, (bron 1.1, p. 155). Omstreeks 16.31 uur blijkt dat [verdachte] een afspraak heeft waar [betrokkene 1] van op de hoogte is. [betrokkene 1] vraagt waar [verdachte] “hem” moet zien. [verdachte] zegt dat hij in Tilburg moet zijn. [betrokkene 1] zegt dat [verdachte] aan moet rijden, omdat hij anders te laat komt. (bron 1.1, p. 157)
Op 14 oktober 2013 omstreeks 12.44 uur komt er een man in de antiekzaak, die later kan worden geïdentificeerd als [betrokkene 12], geboren [geboortedatum] 1967. [betrokkene 12] voert een gesprek met [betrokkene 7], waaruit blijkt dat er kennelijk een transport met weed is onderschept of mislukt. Uit het gesprek blijkt dat [betrokkene 12] contact wil met [verdachte] of [betrokkene 1]. [betrokkene 7] zegt dat [betrokkene 1] in Spanje zit en hij [verdachte] wel zal sturen, (bron 1.1, p. 160)
Op 24 oktober 2013 omstreeks 10.33 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] samen in de antiekzaak. Beiden lopen die dag meerdere keren in en uit en uit gevoerde gesprekken blijkt dat ze die dag samen afspraken met anderen hebben. [betrokkene 1] geeft [verdachte] opdracht iets te regelen. [betrokkene 1] zegt dat die jongens om half twee hier zijn [verdachte] zegt 2, 3 of 4 berichtjes te hebben gestuurd maar er wordt niet gereageerd. [verdachte] zegt dat ‘hij” ook van geen kanten wil. [verdachte] zegt: Ik heb gewoon gezegd ja we komen even praten jongens, we willen praten, we willen geen ruzie, die willen geen ruzie maken, we willen geen ruzie krijgen, we willen gewoon even praten en weten hoe het in elkaar zit, meer niet. Hij reageert gewoon niet. Ik zeg ja dan moeten ze het zelf weten, ze weten in ieder geval waar jij woont, ze weten waar je kale vriend woont dus... Dat zien ze van zelf.” [betrokkene 1] en [verdachte] vragen zich af waarom de andere partij niet even aan tafel komt om te kijken of er nog een uitweg is. [verdachte] zegt dat hij nog een sms telefoon met die Belg heeft. [betrokkene 1] zegt dat hij dadelijk met [verdachte] wil meerijden en dat ze iets afgooien bij die jongen in Strijp, dan heeft [verdachte] die ook een keer gezien (bron 1.1. p. 165-166).
Op 24 oktober 2013 omstreeks 11.25 uur blijkt dat [verdachte] broodjes is gaan halen voor iedereen (bron 1.1. p. 168). Op 24 oktober 2013 omstreeks 12.21 uur blijkt dat [verdachte] een afspraak heeft gemaakt met iemand op de antiekzaak. [betrokkene 1] zegt dat ze zo weg zijn waarop [verdachte] zegt dat ‘hij” meteen zou komen. Omstreeks 12.24 uur zegt [verdachte] woordelijk tegen [betrokkene 1]: “Nou zit ik allemaal die dingen te sturen, stuurt die me niks terug die rukeend!” Wie? vraagt [betrokkene 1]. [verdachte]: “Venlo. Zit ik daar op dinge te wachten” (bron 1.1, p. 170). Even later zegt [verdachte] tegen [betrokkene 1] dat het vanavond half acht wordt. [betrokkene 1] heeft al afgesproken met iemand anders en [verdachte] vraagt of [betrokkene 1] die niet kan afzeggen. [verdachte] zegt dat “ze” ook navraag naar die vader hebben gedaan en dat schijnt een oplichter en een dief te zijn. [betrokkene 1] zegt dat “hun” het hebben aangepakt en niet wij. [verdachte] zegt: “Nee wij hebben alleen service verleend.” en “die bril weet ook dat wij nergens niks mee van doen hebben.” (bron 1.1, p. 172)
Op 24 oktober 2013 omstreeks 12.54 uur vraagt [verdachte] aan [betrokkene 1] hoe hij dat wil doen met die afspraak. [betrokkene 1] zegt of hij niet wil vragen of het eerder kan hij heeft toch een afspraak. [verdachte] vraagt of de afspraak daar bij “hem” is. [betrokkene 1] zegt dat “hij” om half tien hier heen komt. Vervolgens vraagt [verdachte] hoe laat dingetje hier is. [betrokkene 1] zegt daarop: “Hij is hier acht uur. Moet je ff (even) sturen, moet je zeggen hij zegt ’s-middags twee uur tegen mij. Dat ken ik niet in één keer veranderen van acht uur ‘s avonds naar twee uur.” (bron 1.1, p. 175)
Op 24 oktober 2013 omstreeks 13.44 uur vraagt [betrokkene 1] aan [verdachte]: “Waren toch goed of niet, die 17?” [verdachte] zegt dat hij die nog moet maken, maar dat die wel goed zijn. [betrokkene 1] zegt vervolgens: “Hij moet ze weer maken nog. Wat doe jij toch heel de dag?” [verdachte] zegt: “Ik geloof dat ik hier al vanaf vanmorgen ben niet.” [betrokkene 1] vraagt wat [verdachte] gisteren dan gedaan heeft. [verdachte] zegt dat hij gisteren laat terug was en ‘s avonds niet werkt. (bron 1.1, p. 178)
Omstreeks 13.58 uur blijkt uit de OVC opname dat [betrokkene 1] en [verdachte] uit de antiekzaak vertrekken (bron 1.1. p. 181). Omstreeks 14.04 uur komt [betrokkene 1] weer binnen en zegt tegen een NNman: “dit was [verdachte] maar die is hetzelfde als ik”. Nnman zegt dat hij dat al begrepen had. [verdachte] komt ook weer binnen.
Omstreeks 14.06 uur zegt [betrokkene 1] dat “hij” weer een keer op en neer moest. NNman zegt dat hij dan gewoon monsters heeft, dan komt dat wel goed. Hij moest er 50 voor iemand hebben. Dan heb ik 20 pakjes over die kan ik dan als monstertjes uit delen. Ze hebben wel veel belangstelling maar ze willen allemaal een keer proeven he. [betrokkene 1] zegt dat dat normaal is he. Omstreeks 14.07 uur zegt [betrokkene 1]: “In principe als je weer een beetje op de dinge en ze hebben continue, is dat een leuk handeltje kun je gewoon iedere week goed de kost van verdienen. Maar dat blijft altijd, want over twee weken is het weer op.” Tijdens voorgaand gesprek zijn ook [betrokkene 7] en een NNman aanwezig. [betrokkene 7] zegt: “Is goed jongen, komt goed. Niet teveel over buurten, rustig aan een beetje he.” De NNman zegt: “Nee daar praat ik nooit over [betrokkene 7]. Nee dat kun je wel aan mij overlaten.” NNman zegt vervolgens: “Ja maar ik weet nu wie er bij zit he want anders praat ik er helemaal niet over. Dan zal je mij er niet over horen. Maar ik doe ook nooit niks over de telefoon of zo.” [betrokkene 7] zegt: “Nee nooit niet doen, ik zeg gewoon, lampje ophalen, of klokske ophalen of zo.” NNman zegt: “ja... dan weet ik wel wat er aan de hand is.”
Omstreeks 14.08 uur zegt [betrokkene 1]: “Zullen we even rijden?’ (bron 1.1, p. 182-183) (hof: hiervoor onder 11.4 is reeds opgemerkt dat [betrokkene 1] en [verdachte] op 24 oktober 2013 een ontmoeting hadden met twee onbekende mannen, vermoedelijk Engelsen, in het Van der Valk Motel in Gilze)
Op 4 november 2013 omstreeks 18.07 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] in de antiekzaak. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 1]: “Wanneer moeten we weer ehh.” [betrokkene 1] zegt: “Ik weet het niet, ik zit te wachten, hij reageert niet onze [betrokkene 6].” [betrokkene 1] vraagt zich vervolgens af waar al dat geld toch vandaan komt en zegt dat het niet normaal is. [verdachte] zegt ook dat het niet normaal is en zegt iets onverstaanbaars over gaan sturen en ‘als ik bij hem een dag geen meier moet betalen dan ehh.” [betrokkene 1] zegt dat hij ‘hem” laatst vijfhonderd extra had gegeven om telefoons te laten halen en dat ‘hij” toen zat te zeuren dat “hij” twee keer op en neer naar Amsterdam was geweest, (bron 1.1, p. 185)
Verder op in gesprek vraagt [verdachte] of ze nog iets moeten hebben, waarop [betrokkene 1] zegt: “Ja als hij komt brengen wel. Heb jij nog drie?” [verdachte] zegt van wel, maar dat het een ander merk is. [betrokkene 1] zegt: “Ja maat dat maakt niet uit. We kijken niet zo nauw. Vol er op. Beginnen we mee. Als de kleur goed is. Ja toch.” [verdachte] zegt dat dat klopt en [betrokkene 1] zegt: “Wij zijn toch de cannaclub. Oh geloof me dat hij dat heeft gedaan he.” Vervolgens zegt [betrokkene 1]: “Dat is het enigste waar hij wel wat mee verdiend heeft he.” [verdachte] zegt: “En veel hoor. Als we daar wel eens tien stukjes mee maken dan had hij zo een grote afwasteil en daar gooide hij een haffel in en die sprayde hij nat en die deed hij een beetje mengen en dan sprayde hij die weer nat en gooide hij erop en deed hij een beetje schudden dat het eraan bleef plakken en hij deed dat wel hoor.” (bron 1.1, p. 186)
Op 6 november 2013 omstreeks 16.21 uur loopt [verdachte] de antiekzaak binnen en vraagt naar [betrokkene 1]. [betrokkene 7] zegt dat die even een broodje is gaan halen. Kort daarna komt er een NNman de antiekzaak binnen en volgt een gesprek tussen [verdachte] en deze NNman. Uit het gesprek blijkt dat [verdachte] vier dozen met onbekende inhoud voor de man heeft. Het betreft kennelijk illegale handel want er wordt gezegd dat als ze je met die rommel pakken, moet je belasting betalen. [verdachte] zegt dat hij al twee keer bij de man aan de deur is geweest en er nu vier achterin heeft liggen. [verdachte] zegt dat “hij” stuurt dat ze alle vier voor de man zijn. (bron 1.1, p. 189-190)
[verdachte] vraagt aan [betrokkene 7] of hij iets van de frietzaak moet hebben. [betrokkene 7] zegt dat [betrokkene 1] al iets mee zou brengen. Omstreeks 16.39 uur zegt [verdachte] tegen [betrokkene 7]: “Waar is die tijd gebleven dat we 500-tjes konden koppen, (lacht) nu moeten we 50-tigjes koppen.” [betrokkene 7] zegt dat vele kleintjes ook groot maken (bron 1.1., map 1, p. 193). Omstreeks 16.44 uur komt [betrokkene 1] binnen, waarop [verdachte] zegt: “Hé leider.” Vervolgens zegt [verdachte] tegen [betrokkene 1] dat “hij” hier net was en maar twee dozen wilde, “hij” wilde niks thuis hebben staan. [verdachte] zegt dat “hij” twee dozen heeft afgerekend. [betrokkene 1] zegt dat het oke is. [verdachte] zegt: “Het zijn andere, ruiken anders. Moet je dadelijk maar eens ruiken, ze ruiken anders. Nou ruiken ze chemisch.” [betrokkene 1] bevestigt dit. [verdachte] zegt: “Ja en nou zijn ze aan één kant hol en aan de andere kant zit die haai. En aan één kant zijn ze hol en dat waren die andere niet.” [betrokkene 1] zegt dat die andere mooier waren. [betrokkene 1] vraagt of [verdachte] gezegd heeft dat ze al twee keer bij “hem” zijn geweest. (bron 1.1, p. 195).
[verdachte] zegt dat maandag dingetje hier is. Oke zegt [betrokkene 1]. [verdachte] zegt dat “hij” alles even uit komt leggen en in elkaar duwen. [verdachte] zegt: “Hé.. .. hij tovert overal het geld vandaan hoor.” [verdachte] zegt: “Dat zou fijn zijn zo als je uit iedere zak zo even 5 rooie kunt trekken, hé?” en “Die andere die uhh 5 die nog komen, die wil [betrokkene 6] ook hebben. Ze hebben nog niet gekeken zei hij maar ze willen ze wel hebben.” [betrokkene 1] vraagt of [verdachte] daar toch wel iets aan wint, waarop [verdachte] aangeeft dat ze dan wel iets duurder worden. [betrokkene 1] zegt dat hij er bij hun ook iets af probeert te krijgen. [verdachte] praat verder over iets dat stinkt in die zak, een hele rare chemische lucht en dat ze al iemand hebben om te proberen, (bron 1.1, p. 196)
Omstreeks 16.58 uur is weer het geluid van papier wat snel over elkaar heen gehaald wordt (vermoedelijk geld tellen) Iemand telt ook in zichzelf. [verdachte] zegt dat hij er niks heeft afgehaald. [betrokkene 1] vraagt of deze ook goed is. [verdachte] zegt dat hij dat niet weet en denkt dat die er al in zat, [verdachte] vraagt hoeveel [betrokkene 1] in zijn tas had, waarop [betrokkene 1] zegt 6,6. [verdachte] zegt dat het dan goed is en dat hij alles wat hij [betrokkene 1] gegeven heeft gecheckt is. [verdachte] zegt dat sinds ze hebben gezegd dat er vals bij zit, is het geen één keer meer voorgekomen. Omstreeks 16.59 uur is weer het geluid van papier over elkaar schuiven (geld tellen) en iemand die telt. [betrokkene 1] zegt dat er een elastiek om moet, waarop [verdachte] zegt dat hij in het binnenvak van de tas van [verdachte] allemaal elastiekjes zitten en die er in heeft gegooid. [verdachte] zegt: “Hij heeft alles jongen, hoeft alleen nog maar een telmachine in.” (bron 1.1, map 1, p. 197)
Op enig moment verlaten [betrokkene 1] en [verdachte] samen de antiekzaak, (bron 1.1, p. 199)
Op 11 november 2013 omstreeks 15.00 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] in de antiekzaak. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 1] dat hij meteen even ergens (onverstaanbaar) langs rijdt en die vijf geeft. [betrokkene 1] zegt dat dat goed is. [verdachte] zegt: “Dan zijn we weer er door heen.” Vervolgens zegt [verdachte] dat hij een rooitje heeft opgehaald voor [betrokkene 1]. [betrokkene 1] zegt dat hij dat weet en daarna zegt [betrokkene 1]: ‘Ja, 52, compleet”, (bron 1.1, p. 201)
Vervolgens zegt [betrokkene 1] iets onverstaanbaars waarop [verdachte] antwoordt: “Ja dat weet ik die zou vandaag komen. Maar ja dat kan niet toch. Die zie ik nog wel als het moet en anders morgen. Ga nou telefoontjes ophalen thuis, en even bij pakken...onverstaanbaar... stuur straks wel even, pak even telefoontjes op.. onverstaanbaar. Vervolgens praten ze verder over iets dat [verdachte] nog niet na heeft getrokken en het woord digitaal valt. [verdachte] heeft een jongen gezien en heeft kennelijk iets gehaald. [betrokkene 1] zegt dat ze even moeten kijken en dat het meer is, iets van 2 of 53 of 54, moet [verdachte] even tellen. [verdachte] zegt dat het nog niet door die dinge is gegooid en hij dat nog even moet doen. (bron 1.1, p. 203)
Op 14 november 2013 omstreeks 12.29 uur komt [betrokkene 1] de antiekzaak binnen en vraagt aan zijn vader of [verdachte] is geweest. [betrokkene 7] zegt van niet (bron 1.1, p. 206).
[betrokkene 1] zegt dat hij stom is geweest en zijn telefoontjes bij [verdachte] in de auto heeft laten liggen. [betrokkene 7] vraagt of hij [verdachte] even moet bellen. [betrokkene 1] zegt van niet en dat hij had verwacht dat [verdachte] wel zo slim was geweest om die telefoons af te gooien. [betrokkene 7] zegt dat [betrokkene 1] zijn telefoon kan nemen en vraagt of hij [verdachte] net een berichtje kan sturen of bellen. [betrokkene 1] zegt van niet. (bron 1.1, p. 207)
Op 14 november 2013 omstreeks 13.28 uur komt [betrokkene 1] binnen. [betrokkene 1] verontschuldigt zich bij [betrokkene 13] en zegt dat hij het een beetje druk heeft. [T]egen [verdachte] zegt hij dat ze moeten gaan. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte] dat hij zijn telefoon bij hem in de auto heeft laten liggen. [verdachte] zegt dat hij dat niet wist maar dat hij dat net hoorde van [betrokkene 7]. [betrokkene 1] kon hem daarom niet bereiken. [betrokkene 13] komt er tussen en heeft het over staal en iets meegeven. [betrokkene 1], [betrokkene 13] en [verdachte] lopen het kantoor uit. (bron 1.1, p. 211)
Op 15 november 2013 omstreeks 10.10 uur komen [betrokkene 1] en [verdachte] samen in de antiekzaak en vertrekken van daaruit naar de Dongenseweg in Dongen. Uit het gesprek is op te maken dat ze naar [betrokkene 6] rijden. Uit nader onderzoek is gebleken dat [betrokkene 6], geboren [geboortedatum] 1956 zich zeer vermoedelijk bezig houdt met antiekhandel en het opkopen van hennep (bron 1.1, p. 215).
Verder blijkt die dag dat [verdachte] en [betrokkene 1] die avond bij [F] (restaurant) hebben gereserveerd (bron 1.1, p. 216).
Op 13 december 2013 omstreeks 17.10 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] samen in de antiekzaak. [betrokkene 1] heeft het over klokken en dat ze die andere toch niet om doet. Nu heeft hij ze omgeruild en is het toch goed. Verder over afspraken die [verdachte] kennelijk heeft lopen en wisselen beiden informatie uit over zaken die spelen. [betrokkene 1] vraagt onder meer of [verdachte] het nummer van die jongen heeft. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 1]: “Dan kwam hij zeker van de dinges af hoe heet dat, die kampert uit Den Haag.” Ze zeggen nog iets tegen elkaar maar dit is niet te verstaan. [betrokkene 1] zegt iets tegen [verdachte] of hij ergens naar toe gaat, waar naar toe is niet te verstaan. [verdachte] zegt dat die nu op hem zit te wachten. 3 stukjes ophalen zegt [verdachte]. [betrokkene 1] vraagt of [verdachte] het nummer van die jongen heeft. [verdachte] zegt dat hij dat heeft, maar dat die jongen zijn telefoon uit heeft staan. [verdachte] zegt dat het maandag wordt. [verdachte] en [betrokkene 1] praten zo zacht met elkaar dat het niet te verstaan is. [betrokkene 1] zegt iets over wat ze vandaag of morgen krijgen. [verdachte] vraagt of het negen was. Omstreeks 17.20 uur zegt [verdachte] dat hij zo moet gaan, omdat hij bij dingetje moet zijn en [verdachte] vraagt wat hij nog meer tegen “hem” moet zeggen. [verdachte] staat op en wenst [betrokkene 7] een fijn weekend en zegt dat hij morgen misschien nog wel even binnen loopt. Dat vindt [betrokkene 7] fijn. [verdachte] zegt: “[betrokkene 1]... ik ben naar Sjakie toe.” Ja zegt [betrokkene 1]. Dan vertrekt [verdachte], (bron 1.1, p. 218)
Op 14 december 2013 omstreeks 15.06 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. Uit het gesprek blijkt dat hij bij [betrokkene 7] telefoontjes af komt geven die voor [betrokkene 1] bestemd zijn. (bron 1.1, p. 220)
Op 20 december 2013 is [betrokkene 1] in de antiekzaak en voert een gesprek met [betrokkene 7]. Hij vertelt dat hij twee weken geleden in het Holiday Inn hotel was, samen met [verdachte] en nog een man. [betrokkene 1] heeft daar drie whisky besteld en moest 133 euro afrekenen. Voorts gaat het gesprek over geld. Er vindt een discussie plaats waaruit blijkt dat [betrokkene 1] kennelijk aan iemand 5000 euro teveel heeft betaald. Er worden meerdere bedragen genoemd. [betrokkene 7] zegt op enig moment in het gesprek: ‘Dat moest eigenlijk 17 half zijn en toen heb jij nog 2500 gegeven. Die heb jij in je zak ehh want die wou jij eerst aan mij geven want toen zei jij die komt [verdachte] (fon) ophalen. Toen zei jij van ehh oh die zie ik vanmiddag zelf nog wel. Dan heb jij dat geld gepakt en toen werd 17 half, 12 en een half.” Met “[verdachte]” wordt zeer vermoedelijk [verdachte] bedoeld. Verderop in het gesprek zegt [betrokkene 7] namelijk: “Ja ik zei tegen [verdachte] al van dat vind ik zo vervelend altijd he. Ik heb nog nooit zoiets gehad. Het is van jou maar het is toch ehh ik vind het zelf ook vervelend.’ (bron 1.1, p. 222)
Op 15 januari 2014 omstreeks 16.21 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen en zegt: “Dit kwam ik jou even brengen. Ik speel voor postbode vandaag.” [betrokkene 7] zegt oké en bedankt [verdachte]. [verdachte] vraagt of [betrokkene 7] nog iets moet hebben toevallig. Vervolgens verlaten [verdachte] en [betrokkene 7] het vertrek. (bron 1.1, p. 227)
Omstreeks 16.37 uur zijn [betrokkene 7] en [verdachte] weer terug in het kantoor. [verdachte] zegt dat “ze” bij [betrokkene 14] zijn geweest en dat het te maken heeft met dat knokken. [verdachte] zegt dat zij daarna bij hem is geweest en dat hij “hem” gestuurd heeft (bron 1.1, p. 229)
Op 21 januari 2014 omstreeks 16.55 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen en voert een gesprek met [betrokkene 7]. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 7] of er nog vervelende mensen zijn geweest, waarop [betrokkene 7] zegt van niet. [verdachte] zegt dat er bij hem toevallig twee aan de deur stonden die zeiden dat ze al een paar keer bij “hem” waren geweest, maar dat “hij” er niet is. [verdachte] zegt dat hij heeft gezegd dat “hij” voorlopig niet terug komt ook. Uit het vervolg van het gesprek blijkt dat [betrokkene 1] wordt bedoeld. Voorts blijkt dat [betrokkene 7] kennelijk niet weet hoe zijn eigen zoon en er in Spanje bij zit. [verdachte] vertelt namelijk tegen [betrokkene 7] dat [betrokkene 1] een appartement heeft gehuurd in Marbella en bezig is met inrichten. [verdachte] vertelt dat [betrokkene 14] nu daar is. [verdachte] zegt dat [betrokkene 1] iedere keer een paar weken daar zit en het goedkoper is dan steeds een hotel pakken. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 7] dat ze elkaar wel zien als er iets spannends is en dat “hij” ([betrokkene 1]) vrijdag weer terug is. (bron 1.1, p. 231)
Op vrijdag 24 januari 2014 blijkt dat [betrokkene 1] terug is uit Spanje en samen met [verdachte] in de antiekzaak is. Gesprek over nieuwe klok (horloge) die [verdachte] heeft besteld en waar [betrokkene 1] voor moet zorgen. Even later verlaten [betrokkene 1] en [verdachte] samen de antiekzaak (bron 1.1, p. 233)
Op zaterdag 25 januari 2014 zijn [betrokkene 1] en [verdachte] in de antiekzaak. Ze praten samen over een box nummer, iets sturen naar mensen, aantallen worden genoemd en een prijsopgaaf. (bron 1.1, p. 236-237) Voorts wordt tussen beiden gesproken over iemand die een adres heeft door gegeven. Volgens [verdachte] is het niet die jongen waar ze toen thuis ‘s nachts hebben gezeten. [betrokkene 1] zegt tegen [verdachte]: “Dinge stuurt jou box ja voor die 28. Geeft ie maandag aan jou weer terug.” [betrokkene 1] en [verdachte] verlaten samen de antiekzaak (bron 1.1, p. 240).
Op dinsdag 28 januari 2014 [w]ordt [betrokkene 1] aangehouden door de lokale politie als verdachte van zware mishandeling en wordt in verzekering gesteld voor de duur van drie dagen. Op 30 januari 2014 komt [verdachte] in de antiekzaak en praat met [betrokkene 7] over de aanhouding en hechtenis van [betrokkene 1]. [betrokkene 7] zegt dat hij twee telefoontjes van [betrokkene 1] heeft liggen en vraagt of [verdachte] die moet hebben. [verdachte] zegt van niet omdat hij een klein probleempje heeft gehad en legt uit wat er gebeurd is. [verdachte] doelt kennelijk op de observatie die op 28 januari 2014 op hem heeft plaatsgevonden. [verdachte] heeft thuis alles opgeruimd en doet een paar weken rustig aan (bron 1.1, p. 243).
Opgemerkt wordt dat [verdachte] op 28 januari 2014 door een observatieteam werd geobserveerd. Gezien werd dat hij in zijn Opel Vivaro zeer vermoedelijk in Hoorn/Zwaag een partij verdovende middelen heeft opgehaald en daar mee terug is gereden naar Eindhoven. Uit het onderzoek is gebleken dat [verdachte] gedurende die dag zeer vermoedelijk op enig moment deze observatie heeft opgemerkt, (bron 1.1, p. 307 ev).
Op 30 januari 2014 omstreeks 13.53 uur vindt er een gesprek plaats tussen [betrokkene 7] en een NNman. Uit het gesprek blijkt dat [verdachte] die ochtend een envelop met vermoedelijk geld heeft afgegeven aan [betrokkene 7], (bron 1.1, p. 247)
Op 1 februari 2014 omstreeks 15.29 uur is [betrokkene 1] in de antiekzaak en komt [verdachte] binnen. Gesprek over contact opnemen met [betrokkene 6] de kabouter (opmerking verbalisant: [betrokkene 6] uit [plaats]) (bron 1.1, p. 249).
Op 4 februari 2014 omstreeks 15.00 uur is [betrokkene 1] in de antiekzaak (bron 1,1, p. 255). Op 15:20 uur komt [verdachte] binnen en heeft een gesprek met [betrokkene 1]. Uit het gesprek is af te leiden dat ze vermoedelijk bezig zijn om aantekeningen van zaken die afgewerkt zijn te vernietigen, waarbij [betrokkene 1] aan [verdachte] instructies geeft. [betrokkene 1] zegt onder meer dat [verdachte] het meteen weg moet doen en niet weer drie maanden moet laten liggen. Verderop in het gesprek zegt [betrokkene 1]: ‘Hij heeft dat geteld en dat geteld, ik zeg ja hij moet zelf weten wat hij telt. Ik zeg maar ik heb niks met andere mensen te maken. Ik zeg ik heb alleen iets met jou te maken. Als gij dat toe geeft aan andere mensen, zeg zal ik van de week bij jou ook eens iets doen. Ik zeg als jij toch zo makkelijk bent en iedereen kan je maar afschuiven dan doe ik dat van de week ook bij jou. Toen was hij toch in één keer terug. Ik zeg maar als jij dat zo wil berekenen, ik zeg doe ik Met jou nooit niks meer.” (bron 1.1, p. 256)
Omstreeks 15.50 uur verlaat [verdachte] de antiekzaak. [betrokkene 1] zegt dat hij [verdachte] om 18.00 uur ziet (bron 1.1, p. 260)
Op 8 februari 2014 omstreeks 13.19 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen en vraagt naar [betrokkene 7], (opmerking verbalisant: [betrokkene 1] bevindt zich dan in Spanje). Vervolgens vindt er een onduidelijk gesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 7], waarin [betrokkene 7] zegt dat [verdachte] zelf maar even langs sinterklaas moet gaan en de boel de boel moet doen. (bron 1,1, p. 262)
Op 12 februari 2014 omstreeks 14.45 uur is [verdachte] in de antiekzaak en vraagt of [betrokkene 7] toevallig nog iets in de buurt heeft, (opmerking verbalisant: [betrokkene 1] bevindt zich dan in Spanje en [verdachte] komt vermoedelijk geld ophalen). [betrokkene 7] zegt van niet en vraagt of ze even moeten gaan rijden. [verdachte] zegt dat hij het pas vanavond nodig heeft. [betrokkene 7] zegt dat hij hier niks heeft en zegt dat hij wel even met [verdachte] mee kan rijden. [verdachte] zegt beter van niet. [betrokkene 7] zegt: “Hij heeft het zelf weg gelegd natuurlijk, ik weet wel waar het ligt.” Vervolgens vraagt [betrokkene 7]: “Vanavond dus”. [verdachte] zegt: “Ja. Als het zou kunnen wel. En dan ehh even kijken, vijfenveertig (45). Die twee moet jij eventjes bijhouden want dat komt die man van dat briefje ophalen. Maar ik probeer er morgen zelf bij te zijn om elf uur. Dan ben ik hier. Maar goed, dat zien we later.” [betrokkene 7] zegt: “Een doosje en dan komt het allemaal goed he.” Vervolgens vertrekt [verdachte], (bron 1.1, p. 263)
Op 13 februari 2014 omstreeks 16.10 uur komen [verdachte] en [betrokkene 7] de antiekzaak binnen. Uit het gesprek blijkt dat [verdachte] geld, zeer vermoedelijk 90.000 euro, op komt halen bij [betrokkene 7]. [betrokkene 1] bevindt zich die dag nog in Spanje. Vanaf 16.12 uur zijn er ping geluiden hoorbaar zeer vermoedelijk van de telefoon van [verdachte]. Uit het gesprek dat volgt is af te leiden dat [betrokkene 1] aan [verdachte] vraagt om een boeket van 30 rode rozen te regelen voor [betrokkene 14] in verband met Valentijnsdag. (bron 1.1, p. 265-266) Verder blijkt uit het gesprek dat [verdachte] op de hoogte is dat [betrokkene 1] die avond omstreeks 23.00 uur terug is uit Spanje, (bron 1.1, p. 267)
Op 21 februari 2014 is [betrokkene 1] in de antiekzaak als omstreeks 10.45 uur [verdachte] binnenkomt. [betrokkene 1] vraagt of [verdachte] [w]eer aan het werk is. [verdachte] zegt dat [betrokkene 1] nog 10 minuten heeft, waarna ze samen de antiekzaak uitlopen. (bron 1.1, p. 268)
Op 21 februari 2014 omstreeks 11.47 uur komt [betrokkene 8], voornoemd, de antiekzaak binnen. [betrokkene 8] vraagt of ”ze” het nummer nog hebben opgehaald, omdat hij nog niemand heeft gehoord. [betrokkene 8] vraagt aan wie [betrokkene 7] het nummer gegeven heeft, waarop [betrokkene 7] zegt dat hij het nummer aan [verdachte] heeft gegeven. [betrokkene 8] vraagt naar [betrokkene 1]. [betrokkene 7] zegt dat die er vanmiddag misschien weer is. Uit het gesprek blijkt dat [betrokkene 8] denkt dat hij enkele weken geleden het nummer verkeerd heeft doorgegeven. Vervolgens herhaalt [betrokkene 8] het telefoonnummer [telefoonnummer 12]. (bron 1.1, p. 270) [betrokkene 8] vraagt aan [betrokkene 7] het nummer door te geven. [betrokkene 7] zegt dat hij dat zal doen en wijst [betrokkene 8] een eettentje op het pleintje (bron 1.1, p. 271).
Op 21 februari 2014 omstreeks 12.55 uur komen [betrokkene 1] en [verdachte] de antiekzaak binnen. [betrokkene 7] zegt dat [betrokkene 8] uit Spanje hier is en dat hij even diens nummer aan [betrokkene 1] zal geven. [verdachte] zegt dat hij het nummer de eerste keer heeft opgeschreven. Omstreeks 13.17 uur zegt [betrokkene 1] dat hij nu naar [betrokkene 8] toe gaat. (bron 1.1, p. 275)
Op 21 februari 2014 omstreeks 15.22 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] in de antiekzaak. [betrokkene 1] en [verdachte] praten zacht tegen elkaar en uit het gesprek is af te leiden dat [betrokkene 1] instructies geeft aan [verdachte]. Er wordt gesproken over iets voor maandag en [verdachte] zegt dat het geen probleem is en ze alles klaar hebben. [betrokkene 1] zegt dat hij het ook allemaal aan “hem” heeft uitgelegd en “hij” weet hoe en wat. [betrokkene 1] en [verdachte] verlaten samen de antiekzaak. (bron 1.1, p. 278-279)
Op 15 maart 2014 omstreeks 10.17 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen en voert een gesprek met [betrokkene 7]. [betrokkene 1] bevindt zich op dat moment in Spanje. Uit het gesprek blijkt dat [verdachte] een aanzienlijk geldbedrag van [betrokkene 1] op komt halen bij [betrokkene 7]. Er ligt kennelijk geld van [betrokkene 1] in de antiekzaak en bij [betrokkene 7] thuis. Voorts is uit het gesprek af te leiden dat [verdachte] weet hoeveel geld er ligt. Er wordt gesproken over biljetten van 20,100 en 500 en verschillende stapels. Er wordt gesproken over het feit dat er veel twintigers (bankbiljetten van 20 euro) zijn en ze daar nog niet vanaf zijn. [verdachte] doet alles in een doos en geeft die zo aan die jongen. [betrokkene 7] zegt dat er hij van vijfhonderd, honderd en twintig heeft bijgedaan (bron 1.1, p. 281-282)
Op 31 maart 2014 omstreeks 16.06 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. [verdachte] zegt dat [betrokkene 1] naar Arnhem is, even zijn auto na laten kijken en iets ophalen. [verdachte] zegt: “die stuurde mij net dus die zal wel om een uur of zeven terug zijn.” (bron 1.1, p. 285)
Op 3 april 2014 omstreeks 12.57 uur bevindt [betrokkene 1] zich in de antiekzaak en voert een gesprek met een persoon genaamd [betrokkene 15]. Uit dit gesprek is af te leiden dat [betrokkene 1] en [verdachte] samen in de handel zitten en er kennelijk sprake is van een partij die de zaak bedriegt. Er wordt gesproken over geldbedragen en dat de andere partij heeft gelogen over de opbrengst. [betrokkene 1] zegt tijdens het gesprek op enig moment woordelijk: Nee maar snap je wat ik bedoel. Nou elke keer een beetje, in het begin was het wel en dinge... en dan zeg ik tegen [verdachte] laat maar want ik heb er toch nog wel wat tussen zitten, ik denk onverstaanbaar... gelukkig met ze, Maar ik weet wel meteen hoe het is. Maar dan is het voor mij klaar snap je. Ik vind het kinderachtig.” (bron 1.1, p. 287)
Op 17 april 2014 omstreeks 14.02 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. [betrokkene 7] zegt dat er jongens voor [betrokkene 1] kwamen, maar dat hij heeft gezegd dat [betrokkene 1] vertrokken was. [betrokkene 7] vraagt aan [verdachte] of [betrokkene 1] er toch is. [verdachte] zegt dat het vol zat en [betrokkene 1] dus vanavond via Amsterdam vertrekt (bron 1.1, p. 289). Uit het onderzoek is gebleken dat [betrokkene 1] die dag naar Malaga is gevlogen.
Op 28 april 2014 omstreeks 17.20 uur komt [betrokkene 1] de antiekzaak binnen. Uit het gesprek met [betrokkene 7] blijkt dat [verdachte] eerder die week 5000 heeft afgegeven voor [betrokkene 1]. (bron 1.1, p. 290) Op 1 mei 2014 omstreeks 14.57 uur bevinden [betrokkene 7] en [betrokkene 1] zich in de antiekzaak. [betrokkene 7] vraagt of het nog gelukt is met het bestellen van een ticket. [betrokkene 1] zegt dat [verdachte] dat nu aan het doen is. (bron 1.1, p. 291)
Op 3 mei 2014 omstreeks 13.57 uur is [betrokkene 1] in de antiekzaak en vertelt een verhaal dat hij een keer bij [verdachte] ‘s nachts het rolluik er af heeft getrokken, omdat hij [verdachte] nodig had en [verdachte] net deed of hij niet thuis was. (bron 1.1, p. 295)
Op 6 mei 2014 omstreeks 11.32 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. Het gesprek gaat over een klant van [betrokkene 7] die [verdachte] met een taxi naar Maastricht heeft laten brengen. De man had nogal wat vermogen en pondjes bij en [betrokkene 1] was vergeten dat door te geven aan [verdachte]. [verdachte] had zelf geen tijd omdat hij al twee afspraken en de kleine had. (bron 1.1, p. 296)
Op 7 mei 2014 omstreeks 16.13 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. [betrokkene 7] zegt: “He maat ben je al terug.” [verdachte] zegt: “Ja snel he.” Even later volgt er een gesprek over geld tussen [betrokkene 7] en [verdachte]. [verdachte] zegt dat hij eigenlijk moet wisselen als dat kan. [verdachte] zegt dat hier nog duizend ligt en hij nog iemand vijf moet geven. [betrokkene 7] vraagt of hij die veertig even moet pakken. [verdachte] zegt dat dit goed is als [betrokkene 7] dat heeft (bron 1.1, p. 298).
Op 12 mei 2014 omstreeks 17.17 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. [betrokkene 7] vraagt aan [verdachte] wanneer [betrokkene 1] terug komt uit Spanje. [verdachte] zegt dat hij ([betrokkene 1]) net iets stuurde dat hij op het vliegveld was. Ze denken dat [betrokkene 1] dinsdag terugkomt. (bron 1.1. p. 300)
Op 14 mei 2014 omstreeks 11.28 uur komt [verdachte] de antiekzaak binnen. [betrokkene 1] is al aanwezig in de antiekzaak en zegt dat hij gisteravond is teruggekomen, (opmerking verbalisant: [betrokkene 1] heeft in de periode van 3 tot 13 mei 2014 in Spanje verbleven) Omstreeks 11.30 uur vraagt [verdachte] naar de container. [betrokkene 1] zegt dat ze dat zo wel doen. [betrokkene 1] vraagt hoe laat [verdachte] heeft afgesproken. [verdachte] zegt dat hij nog niets heeft afgesproken, eerst wacht tot hij het heeft en dan pas gaat rijden. Verderop in het gesprek zegt [betrokkene 1] dat hij wel een berichtje stuurt dat [verdachte] er om drie uur is. (bron 1.1, p. 303) Op 16 mei 2014 omstreeks 16.46 uur is [verdachte] in de antiekzaak en aan het telefoneren met ene [betrokkene 16]. [betrokkene 1] komt binnen, waarop [verdachte] zegt dat [betrokkene 1] het al gevonden heeft en het zelfs al in een envelop heeft gedaan. (bron 1.1, p. 304)
Op 17 juni 2014 omstreeks 14.36 uur zijn [betrokkene 1] en [verdachte] in de antiekzaak. [betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] of hij weet wie die Maarten is. [verdachte] zegt: Jawel, volgens mij heb ik hem gezien en zal er al wel zijn. [betrokkene 1] zegt dat ze dadelijk een hapje eten (bron 1.1, p. 305).
sms-berichten d.d. 26 februari 2014tussen [verdachte] als gebruiker van het Imeinummer [006] (bron 1.1 p. 623) en [betrokkene 3] als gebruiker van het nummer [telefoonnummer 15] (bron 1.1, p. 796):