ECLI:NL:HR:2021:1296
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over teruggaaf belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betrof. Deze uitspraken gingen over beschikkingen van de Staatssecretaris van Financiën met betrekking tot verzoeken om teruggaaf van belasting op personenauto's en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd en bleef de beslissing van de lagere rechter in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bekrachtigd.