ECLI:NL:HR:2021:1299
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft deze uitspraak bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, was motivering niet vereist volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de naheffingsaanslag ongewijzigd van kracht.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 17 september 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.