ECLI:NL:HR:2021:1303
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over belastingheffing personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Dit hof heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de gronden van zijn oordeel nader te motiveren, omdat de aangevoerde vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 17 september 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.