ECLI:NL:HR:2021:1322
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 januari 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2014 behandelde.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. Er was geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het middel niet relevant was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd en bleef de aanslag inkomstenbelasting 2014 ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd.