ECLI:NL:HR:2021:1326
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2014
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld betreffende een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014. De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De procedure betrof een geschil over de belastingaanslag opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën, waarbij belanghebbende zich had beroepen op hoger beroep bij het hof na een uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021. Hiermee is het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.