ECLI:NL:HR:2021:1331
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen
Belanghebbende, vertegenwoordigd door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Volgens artikel 1 van Pro het Besluit van 6 maart 2019 is digitaal procederen verplicht bij cassatieberoepen tegen uitspraken die op of na 15 april 2020 zijn bekendgemaakt. Het beroepschrift was echter niet digitaal via het webportaal van de Hoge Raad ingediend.
De griffier van de Hoge Raad verzocht de indiener bij aangetekende brief om het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Deze brief werd afgeleverd, maar er werd niet aan het verzoek voldaan. De indiener voerde een storing in het webportaal aan, maar dit werd door de Hoge Raad niet bevestigd.
Op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen van het beroepschrift.