ECLI:NL:HR:2022:878
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag kansspelbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende een naheffingsaanslag kansspelbelasting over de periode van november 2008 tot april 2013. Bij arrest van 17 september 2021 werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet digitaal via het webportaal van de Hoge Raad was ingediend.
Belanghebbende stelde dat zij op de laatste dag van de termijn had geprobeerd het beroepschrift digitaal in te dienen, maar dat dit niet lukte vanwege een storing bij de Hoge Raad. Na nader onderzoek werd vastgesteld dat de storing niet aan belanghebbende te wijten was, waardoor het eerdere arrest werd vervallen verklaard en het beroep alsnog in behandeling werd genomen.
Na beoordeling van de middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest werd op 17 juni 2022 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en vernietigt het eerdere arrest wegens een technische indieningsfout.