ECLI:NL:HR:2021:1336
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2014
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2021, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld over de aanslag inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen voor het jaar 2014.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van de uitspraak van het Hof kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 17 september 2021 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.