Uitspraak
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb nietontvankelijk worden verklaard.
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is, waarbij werd vastgesteld dat het griffierecht niet was betaald ondanks dat belanghebbende meerdere malen was gewezen op de verplichting tot betaling.
De griffier had belanghebbende bij aangetekende brief op 7 juli 2021 geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd volgens Track&Trace, maar betaling bleef uit. Op 5 augustus 2021 werd belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht.
De door belanghebbende ingediende brief op 17 augustus 2021 bood geen gegronde reden voor het uitblijven van betaling. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 24 september 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.