ECLI:NL:HR:2021:137
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen oproept die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 29 januari 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.