Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van de verzekeringsplicht:
5.Beoordeling van het geschil
Cyrpus
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, werkzaam in de Europese binnenvaart, betwistte de Nederlandse verzekeringsplicht voor de periode 1 januari tot 31 maart 2014 en vorderde aftrek van in het buitenland betaalde sociale premies en dubbele belastingheffing. De inspecteur legde een aanslag op zonder vrijstelling van premieheffing volksverzekeringen. De rechtbank wees het beroep af en het Hof bevestigt dit oordeel.
Het Hof stelt dat de A1-verklaring van de Sociale Verzekeringsbank bindend is, ook al is deze nog niet onherroepelijk. Belanghebbende is daardoor verplicht verzekerd in Nederland voor de bestreden periode. De mogelijkheid om in het buitenland betaalde premies terug te vorderen sluit aftrek op het Nederlandse inkomen uit.
Ten aanzien van de dubbele belastingheffing oordeelt het Hof dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten minste drie maanden arbeid in Cyprus of Liechtenstein heeft verricht en dat Nederland met deze landen geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft. De fictie van belastingheffing in Liechtenstein is niet van toepassing omdat het schip effectief in Nederland wordt beheerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht en aanslag worden bevestigd.