ECLI:NL:HR:2021:1385
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie ingesteld door een partij namens een andere entiteit. De griffier verzocht de indiener om binnen vier weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat zij gemachtigd was om het beroep in cassatie in te dienen, of een verklaring van degene namens wie het beroep werd ingesteld dat hiermee instemde. Deze verzoeken werden per aangetekende brief verzonden en volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
De indiener heeft echter niet voldaan aan dit verzoek en heeft geen machtiging of verklaring overgelegd. Hierdoor gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te dienen. Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.