Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond een verzoek van een verhuurder tot faillietverklaring van een huurder centraal, waarbij tevens de vraag aan de orde was of betaling door een derde invloed had op de beoordeling van het faillissementsverzoek. De procedure begon bij de rechtbank Overijssel, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het geschil behandelde. De Hoge Raad werd vervolgens gevraagd om cassatie tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoeker tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen. De uitspraak bevestigt het arrest van het hof en benadrukt de grenzen van de rechtsstrijd in faillissementszaken, met name in situaties waarin betalingen door derden plaatsvinden. De Hoge Raad heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het arrest van het hof.