Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats], Cyprus,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
1 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze civiele zaak heeft eiseres cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof dat een tussenarrest betreft. Het geschil betreft een vordering van verweerster tot een verklaring voor recht omtrent geleverde aandelen, waarbij eiseres incidenteel niet-ontvankelijkheid van verweerster vorderde. De rechtbank wees deze incidentele vordering toe, maar het hof vernietigde dit en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof een tussenarrest is, omdat het geen einduitspraak bevatte en het hof niet anders had bepaald. Op grond van artikel 401a lid 2 Rv is beroep in cassatie tegen een tussenarrest slechts mogelijk samen met het eindarrest, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, wat hier niet het geval is.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseres niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiseres in de kosten van het cassatiegeding, bestaande uit verschotten en salaris advocaat, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens beroep tegen tussenarrest zonder einduitspraak.