Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
aanhoudingsverzoek.
3.Inleidende opmerkingen
in het kader van zijn hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraakook de beslissing op het wrakingsverzoek ter discussie te stellen. A-G Moltmaker haalde in zijn conclusie ook literatuur aan waarin men kritisch was op een algeheel rechtsmiddelenverbod ter zake van beslissingen op wrakingsverzoeken en waarin werd verdedigd dat zo’n beslissing in het kader van een hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraak (dus in de hoofdzaak) aan de orde moest kunnen komen. [14] Moltmaker zelf was terughoudender en bepleitte dat hoger beroep tegen beslissingen op wrakingsverzoeken ‘slechts’ in zoverre mogelijk moest zijn dat in dat beroep kon worden aangevoerd dat de lagere rechter bij het nemen van zijn beslissing fundamentele vormen had verzuimd. Ook hem stond voor ogen dat een dergelijk beroep
in het beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaakkon worden betrokken: [15]
zelfstandighoger beroep tegen die afwijzing nadat eenmaal uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, zowel omdat dit vanuit het oogpunt van doelmatigheid weinig aantrekkelijk is als omdat de partij die de wraking heeft verzocht er geen redelijk belang meer heeft bij dat haar wrakingsverzoek alsnog wordt toegewezen.
nadat in de hoofdzaak uitspraak was gewezen.Dat kon in deze zaak overigens ook niet anders, omdat het hof in één en dezelfde beschikking besliste op het wrakingsverzoek en het verzoek uit de hoofdzaak.
op welk momenthet mogelijk is om tegen die beslissingen een rechtsmiddel in te stellen indien zich een doorbrekingsgrond voordoet: moet zo’n rechtsmiddel meteen na de beslissing van de wrakingskamer worden ingesteld of pas nadat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan?
instanties, in geval van een cassatieberoep op doorbrekingsgronden na een hoger beroep op doorbrekingsgronden) voortgezette wrakingsgeding niet ontaardt in een spaak in het wiel ten behoeve van een partij die om welke reden dan ook bij vertraging van de hoofdzaak belang heeft.
nietonder ogen is gezien:
in de hoofdzaak. [54] Dat is mijns inziens nog net iets anders dan het aanwenden van een rechtsmiddel op grond van doorbrekingsgronden tegen de beslissing op het wrakingsverzoek
tegelijk met het aanwenden van een rechtsmiddel in de hoofdzaak.Tegen de beslissing in de hoofdzaak kan in hoger beroep altijd ook worden opgekomen met grieven die zien op een onpartijdige behandeling van de zaak in eerste aanleg, met dien verstande dat bij zodanige grieven mogelijk geen zelfstandig procesbelang bestaat omdat de appelrechter de hoofdzaak ook inhoudelijk opnieuw beoordeelt. In cassatie hebben dito klachten wel echt zin, omdat die, indien gegrond, tot vernietiging en verwijzing zullen leiden.
4.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
geklaagddat een zodanige grond zich voordoet (hiervoor 3.2), dus hier dat bij de behandeling van de zaak essentiële vormen zijn verzuimd. Daarbij doet zich onvermijdelijk een vraag voor naar vorm en inhoud. Hoewel bij de ontvankelijkheid van het rechtsmiddel nog niet aan de orde is of de klacht over (in de voorliggende zaak:) verzuim van essentiële vorm ook terecht wordt opgeworpen, lijkt me toch ook niet bepalend dat bij wijze van ritueel de juiste woorden zijn gebruikt, als tegelijk blijkt dat de werkelijke klacht een inhoud heeft die met die woorden niet overeenstemt. NIOC spréékt weliswaar van schending van hoor en wederhoor, maar uit de toelichting op haar klacht blijkt dat zij een schending van hoor en wederhoor
niet werkelijkaan haar cassatieberoep ten gronde legt. De klachten hebben namelijk niet de strekking dat de wrakingskamer NIOC (bijvoorbeeld) niet of onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld haar standpunt naar voren te brengen en/of op de inbreng van andere procesdeelnemers te reageren, maar houden in dat de wrakingskamer zich in haar beslissing van 13 oktober 2023 wat betreft de vaststelling van het verloop van de zitting bij het hof in de hoofdzaak slechts heeft gebaseerd op de toelichting van de wederpartij (de raadsheren) en niet tevens op de toelichting van NIOC. [59] Deze klachten betreffen dus niet de wijze van behandeling van de zaak door de wrakingskamer, maar (in feite) de begrijpelijkheid van het oordeel van de wrakingskamer.