ECLI:NL:HR:2021:1450
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt sectorindeling detailhandel voor franchisenemer ondanks gezamenlijke loonsom
Belanghebbende exploiteert als franchisenemer een bouwmarkt en is door de Inspecteur ingedeeld in sector 17 (detailhandel) voor de premieheffing werknemersverzekeringen op grond van artikel 95 Wfsv Pro. Belanghebbende verzocht om toepassing van de concernregeling (artikel 5.4 Regeling Wfsv) waardoor zij in sector 19 (grootwinkelbedrijf) zou worden ingedeeld, omdat de gezamenlijke loonsom van franchisenemers deze sectorgrens overschrijdt.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de Inspecteur de concernregeling correct toepaste door de indeling te baseren op de sector van de werkzaamheden waarvoor het grootste loon wordt betaald binnen de groep. Het Hof vond dat de werkzaamheden van de detailhandel kenmerkend zijn voor de maatschappelijke functie van de groep, waardoor belanghebbende terecht in sector 17 is ingedeeld.
Het cassatiemiddel betoogde dat de Inspecteur en het Hof de maatschappelijke functie van het geheel onjuist hadden beoordeeld en dat de indeling op grond van de grootste gezamenlijke loonsom tot sector 19 had moeten leiden. De Hoge Raad verwierp dit middel en verwees naar een eerder arrest (nr. 20/01377) waarin soortgelijke overwegingen zijn gemaakt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de sectorindeling van belanghebbende in sector 17. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de sectorindeling in sector 17 blijft gehandhaafd.