ECLI:NL:HR:2021:1456
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat het hoger beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen had afgewezen. De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld maar geoordeeld dat dit niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat het middel geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.
De procedure kende een conclusie van repliek van belanghebbende en een verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Deze uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties met betrekking tot de naheffingsaanslag en sluit het geschil definitief af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.