ECLI:NL:HR:2021:1457
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door hem op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen en een daarop volgende naheffingsaanslag. Na uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam, dat op 3 december 2020 uitspraak deed. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 8 oktober 2021 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.