ECLI:NL:HR:2021:1462
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld inzake een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Deze aanslag betrof een bedrag dat belanghebbende reeds op aangifte had voldaan.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen inhoudelijke motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand, waarmee de naheffingsaanslag bevestigd wordt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.