ECLI:NL:HR:2021:1469
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak over BPM
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake door haar op aangifte betaalde belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na afwijzing van het verzet stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 oktober 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond.