ECLI:NL:HR:2021:1470
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na afwijzing van het verzet stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor haar oordeel omdat de beoordeling van de middelen geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opriep, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2021. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.