Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor meermalen gepleegde mensenhandel en medeplegen van vervaardiging en bezit van kinderporno. Het gerechtshof Den Haag legde hem schadevergoedingsmaatregelen op ten behoeve van meerdere slachtoffers, met vervangende hechtenis bij niet-betaling die in totaal 365 dagen bedroeg, en een gevangenisstraf.
De Hoge Raad oordeelde dat de totale duur van de vervangende hechtenis de wettelijke maximumduur van 360 dagen overschreed. Op grond van eerdere arresten werd bepaald dat gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen maximaal één jaar (360 dagen) mag duren. Daarom werd de duur van de gijzeling verminderd zodat deze aan het wettelijk maximum voldoet.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat de uitspraak na meer dan zestien maanden cassatieberoep werd gedaan, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van dertien naar twaalf jaar en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het ging om de duur van de vervangende hechtenis en de opgelegde gevangenisstraf, en bepaalde de nieuwe duur van gijzeling per slachtoffer. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak bevestigt de wettelijke grenzen aan gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen en benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de duur van de gijzeling tot maximaal één jaar en de gevangenisstraf tot twaalf jaar en zes maanden wegens termijnoverschrijding.