Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
- art. 24c, derde lid, Sr:
- art. 36f, achtste lid, (oud) Sr, zoals dat luidde tot 1 januari 2020:
- art. 36f, vijfde lid, Sr, zoals dat luidt sinds 25 juli 2020:
- art. 60a Sr:
- art. 88 Sr Pro, zoals dat luidde tot 1 januari 2020 en zoals dat thans weer luidt:
- art. 88 (oud) Sr, zoals dat luidde van 1 januari 2020 tot en met 24 juli 2020:
Scoppola tegen Italië. [5] In de zaak die destijds bij de Hoge Raad voorlag, had het hof vóór 1 januari 2020 arrest gewezen en bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bepaald dat bij gebreke van betaling en verhaal vervangende hechtenis voor de duur van 365 dagen kon worden toegepast. De Hoge Raad is in zijn arrest van 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:812, op grond van redenen die staan vermeld in voormelde conclusie van Bleichrodt, van oordeel dat, als de duur van de vervangende hechtenis meer dan 360 dagen bedraagt, de duur waarvoor gijzeling kan worden toegepast moet worden bepaald op een jaar en dat als de bestreden uitspraak voor 1 januari 2020 is gewezen, onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan.