Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
19 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdachte werd veroordeeld voor schuldheling door het beschikbaar stellen van een bankrekening om kortstondig geld onder te brengen voor onbekende derden. Het hof legde een schadevergoedingsmaatregel op waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had gehandeld door vervangende hechtenis toe te passen bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad vernietigde dit deel van het arrest en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het overige cassatieberoep werd verworpen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar verbond hieraan geen verdere rechtsgevolgen gezien de korte opgelegde gevangenisstraf. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 oktober 2021.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.