ECLI:NL:HR:2021:1541
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over vennootschapsbelasting en boetebeschikkingen 2012-2013
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslagen vennootschapsbelasting, boetebeschikkingen en belastingrente voor de jaren 2012 en 2013. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof heeft op 31 maart 2020 uitspraak gedaan in de zaak.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee is het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden definitief bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.