ECLI:NL:HR:2021:1549
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft E.J. van de Glind te Barneveld namens [X] te [Z] een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om het beroep in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene namens wie het beroep is ingesteld dat deze daarmee instemt.
Ondanks dat de brief met dit verzoek aangetekend en volgens Track&Trace bezorgd is, heeft de indiener geen machtiging of verklaring overgelegd. Hierdoor gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen namens [X].
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in de proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 15 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.