ECLI:NL:HR:2021:1566

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2021
Publicatiedatum
19 oktober 2021
Zaaknummer
20/02954
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak openlijke geweldpleging bij voetbalsupportersgeweld

Deze zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging in het kader van voetbalsupportersgeweld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had op 9 september 2020 het hoger beroep behandeld en het vonnis bevestigd. De verdachte stelde in cassatie dat hij onvoldoende bijdrage had geleverd aan het geweld om veroordeeld te worden.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is op 19 oktober 2021 uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada het arrest hebben gewezen. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest inzake openlijke geweldpleging in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02954 J
Datum19 oktober 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2020, nummer 21-003652-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 oktober 2021.