Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 oktober 2021.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging in het kader van voetbalsupportersgeweld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had op 9 september 2020 het hoger beroep behandeld en het vonnis bevestigd. De verdachte stelde in cassatie dat hij onvoldoende bijdrage had geleverd aan het geweld om veroordeeld te worden.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is op 19 oktober 2021 uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada het arrest hebben gewezen. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest inzake openlijke geweldpleging in stand blijft.