Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
Standpunt van de verdediging
4.Beoordeling van het middel
NJ2011/82. In dat arrest ging het om een voor openlijk geweld vervolgde supporter van Tottenham Hotspur die in Eindhoven, voorafgaand aan de wedstrijd PSV-Tottenham Hotspur, deel uitmaakte van een groep van Engelse voetbalsupporters die een confrontatie was aangegaan met PSV-supporters. Toen deze groep de PSV-supporters aanviel bevond de verdachte zich vooraan in de groep. Hij heeft zich gedurende de aanval niet omgedraaid en heeft zich ook niet uit de groep teruggetrokken. In die zaak verwierp de Hoge Raad het middel waarin werd geklaagd over het oordeel van het hof dat de verdachte 'in vereniging' openlijk geweld heeft gepleegd tegen personen. Hij deed dat als volgt:
NJ2011/82 gelijkenis vertoont met de onderhavige zaak, zijn er ook wel verschillen. Zo was er in Eindhoven wel een wedstrijd voor Tottenham Hotspur en in Zwolle geen wedstrijd voor Ajax en lijkt in Eindhoven het geweld min of meer ‘spontaan’ te zijn ontstaan, terwijl het in Zwolle (uren) tevoren is gepland. Verder verklaarde de verdachte in de Eindhovense zaak dat hij deel uitmaakte van de supportersgroep, ook toen de vechtpartij uitbrak, terwijl de verdachte in de onderhavige zaak daar omheen draait. Wat betreft het gepland zijn van de confrontatie doet de onderhavige casus weer meer denken aan HR 7 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9029,
NJ2009/400. Daar maakte de verdachte deel uit van een groep Ajax-supporters die vanuit het supportershonk van Ajax in Amsterdam was afgereisd naar Den Haag voor een (geplande) confrontatie met supporters van ADO Den Haag
inhet supportershome van ADO. Het hof oordeelde in die zaak dat de verdachte door zijn voortgezette aanwezigheid de groep getalsmatig heeft versterkt en heeft bijgedragen aan de sfeer van ontremming die het openlijk geweld tegen personen en tegen goederen heeft mogelijk gemaakt, en dat hij, binnen het verband met de groep geweldplegende personen, dreigend is opgedrongen op het terrein tot een plek dichtbij het ADO-home. Het hof oordeelde verder dat “de omstandigheid dat uit het dossier niet is komen vast te staan dat de verdachte in het home is geweest en/of geweld heeft gebruikt”, het oordeel van het hof niet anders maakt. De Hoge Raad casseerde:
in gesloten formatie(cursivering door mij, plv-AG) heeft bewogen in de richting van waaruit een groep van ongeveer 25 supporters van PEC Zwolle kwam, dat er vervolgens een zeer gewelddadige confrontatie tussen beide groepen heeft plaatsgevonden
waarbij 65 personen met elkaar aan het vechten waren(cursivering door mij, plv-AG), dat de verdachte ter plaatse is aangehouden en een volstrekt ongeloofwaardige verklaring voor zijn aanwezigheid in Zwolle heeft afgelegd, dat de confrontatie tevoren is gepland en dat vanuit aanhoudingseenheden doorlopend zicht is geweest op de twee supportersgroepen. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat de verdachte, door deel uit te maken van de groep Ajax-supporters en deel uit te blijven maken tot en met de gevechten tussen de circa 65 personen, zich heeft aangesloten bij die intenties tot de gewelddadigheden terwijl die gewelddadigheden tussen de groepen ook hebben plaatsgevonden en dat daarmee sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking en de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is. Anders dan de steller van het middel meent, heeft het hof dat oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het hof heeft immers blijkens zijn bewijsoverweging vastgesteld dat de groep waartoe de verdachte behoorde uit 40 à 50 mensen bestond, dat de supportersgroep van PEC Zwolle uit ongeveer 25 personen bestond en dat tijdens de zeer gewelddadige confrontatie tussen beide groepen “de 65 personen” met elkaar aan het vechten waren. Gelet daarop heeft het hof met zijn oordeel dat de verdachte deel uit is blijven maken van de groep Ajax-supporters tot en met de gevechten tussen de circa 65 personen, tot uitdrukking gebracht dat ook de verdachte zelf heeft gevochten. Daarmee heeft het hof toereikend gemotiveerd dat de verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan het bewezenverklaarde geweld. De verdachte heeft volgens het hof, anders dan de steller van het middel betoogt, derhalve niet enkel de groep getalsmatig versterkt.