ECLI:NL:HR:2021:1576
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslagen omzetbelasting 2011-2013
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in hoger beroep gegaan tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting en bijbehorende beschikkingen inzake heffings- en belastingrente over de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 september 2013. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, en belanghebbende een conclusie van repliek.
De Hoge Raad heeft de middelen inhoudelijk beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is op 22 oktober 2021 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij het cassatieberoep ongegrond werd verklaard en de uitspraak van het gerechtshof werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.