ECLI:NL:HR:2021:1582
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake het verzet tegen een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad heeft besloten niet in te gaan op de motivering van het oordeel, omdat de beoordeling van de middelen geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproept, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 januari 2021 in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag blijft in stand.