ECLI:NL:HR:2021:1612
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep inzake een geschil met de Sociale Verzekeringsbank. De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep tijdig was ingediend. Uit de stukken blijkt dat het beroepschrift pas op 11 februari 2021 bij de Hoge Raad is ontvangen, terwijl de termijn van zes weken na verzending van de uitspraak op 15 december 2020 op 26 januari 2021 was verstreken.
De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding van de termijn, maar hier is geen gebruik van gemaakt. Hierdoor is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 5 november 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.