ECLI:NL:HR:2021:1614
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland met betrekking tot een belastinggeschil. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling.
De brief is volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan. De griffier heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. De door belanghebbende ingediende brief bevatte geen geldige reden om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.