ECLI:NL:HR:2021:162

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 februari 2021
Publicatiedatum
29 januari 2021
Zaaknummer
19/04632
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 2.B OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 359a.1.b SvArt. 433.1 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen invoer en vervoer grote hoeveelheid cocaïne vernietigd en zaak terugverwezen

In deze zaak ging het om het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van de invoer, voorbereiding en het vervoer van een grote hoeveelheid cocaïne in 2007.

Het hof had bewijs uitgesloten omdat het materiaal dat in de container was aangetroffen vroegtijdig was vernietigd, waardoor geen contra-expertise mogelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom dit materiaal als onrechtmatig bewijs moest worden aangemerkt en dat het vernietigen van het materiaal niet automatisch een schending van het recht op een eerlijk proces en het equality of arms-beginsel inhoudt.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting. Tevens werd ambtshalve ingegaan op de vraag of het cassatieberoep aan verdachte in persoon had moeten worden aangezegd.

De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij bewijsuitsluiting en het waarborgen van het recht op een eerlijk proces.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04632
Datum2 februari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 april 2013, nummer 20/000190-10, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof ’s-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de in het arrest genoemde stukken van het bewijs dienen te worden uitgesloten.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad op 17 juni 2014 heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2014:1451.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 februari 2021.