ECLI:NL:HR:2021:1630
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 8 januari 2021, waarin het verzet van belanghebbende werd afgewezen, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de door belanghebbende voorgestelde middelen beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om een veroordeling op te leggen. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.