ECLI:NL:HR:2021:1634
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende door haar op aangifte betaalde belasting over personenauto’s en motorrijwielen. Na de uitspraak van de rechtbank stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld.
De Hoge Raad heeft deze middelen beoordeeld en geoordeeld dat geen van deze middelen tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank kan leiden. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad besloten dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.