ECLI:NL:HR:2021:1637
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake het verzet tegen uitspraken over door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de middelen die belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank had ingebracht beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde middelen niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.