ECLI:NL:HR:2021:1638
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na behandeling van het verzet stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was motivering niet vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien tot veroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.