ECLI:NL:HR:2021:1640
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een door haar voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof het verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank over deze belastingaangifte.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Omdat de beoordeling van de middelen geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opleverde, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.